The Vanishing Act is een escaperoom over goochelarij, waarin je de trucs niet bekijkt maar uitvoert. Je stopt een konijn in een kist, steekt er zwaarden doorheen, opent hem weer... en hij is leeg.
De puzzel en de illusie zijn hier hetzelfde ding, en dat maakte dit de moeilijkste kamer die ik heb ontworpen. Elke handeling moet twee keer kloppen: als mechaniek, zodat het spel verder kan, en als act, zodat het voelt alsof jij het publiek betovert. De kamer zelf doet ondertussen wat elke goochelaar doet: hij stuurt je aandacht consequent de verkeerde kant op, terwijl het echte werk ergens anders gebeurt.
Het theater van illusionist Cornelius Conrad, die in 1908 tijdens zijn laatste voorstelling spoorloos verdween. Nu, jaren later, staat het pand op de nominatie om gesloopt te worden, en mag jij als laatste naar binnen om verslag te doen. In de foyer staat alles nog klaar, alsof de show elk moment kan beginnen.
Vanuit de foyer beland je in de wereld achter de act: de kleedkamer van Conrad zelf. Spiegels, rekwisieten en souvenirs van een leven op tournee. Elk stoffig voorwerp kan een verhaal onthullen.
In de kleedkamer huist ook Zoltar, een zelfgebouwde animatronische waarzegger: gezicht, beweging, behuizing en aansturing uit eigen werkplaats. Wat hij je vertelt, heb je verderop hoogstwaarschijnlijk nodig.
Hoger in het gebouw hangt de lichtbrug: donker, buizen, kabels, schakelaars en kale bakstenen. Dit is het deel van een theater dat het publiek nooit ziet, de installatie waar elke show op draait.
En dan sta je waar Conrad stond, tussen zijn rekwisieten, met de zaal voor je. Een goochelshow bekijk je normaal vanaf de tribune; hier voer je de trucs zelf uit. Daar ging het meeste ontwerpwerk in zitten: elke handeling moest een act worden, en tegelijk gewoon een puzzel blijven.